21. mei, 2020

Klavertje en Marijntje

Regeringen moeten in deze tijden besluiten nemen, of ze nou leuk zijn of niet. Helaas kunnen Klaver van Groen Links en Marijnissen van de SP daar moeilijk tegen. Dat laten ze ook luidkeels horen in de kamer en daar erger ik me aan. Vooral de wijze waarop. Grote smoelen, maar nooit deelnemen aan een regering. Het gaat dus om twee partijen die nog nooit regeringsverantwoordelijkheid hebben gehad, en dat eigenlijk ook niet willen. Het verkrijgen en behouden van zetels vinden ze kennelijk belangrijker. Het pluche zit lekker.  Zeker in deze tijden, waarin beiden wel kritiek hebben, maar geen oplossingen. En als die er zijn, dan gaat het om onuitvoerbare ideeën.

 Ook toen Groen Links flink wat zetels had gewonnen en uitgenodigd werd om deel te nemen aan de regering, nam Klavertje de benen zonder duidelijke reden. Toen had de partij 14 zetels, dus het had best gekund. Waarom Klavertje ‘m smeerde is nooit duidelijk geworden. Dan hebben we natuurlijk ook nog Marijntje, de dochter van de charismatische Jan Marijnissen, die ik bij hem thuis wel eens heb ontmoet in Oss. Jan kon ook van zich laten horen, maar manifesteerde zich aan de andere kant als een cultuurliefhebber en filosoof. Helaas kwam dat wat minder uit de verf toen hij in de kamer zat.  In 2006 had de SP maar liefst 25 zetels en vormde zo een flink machtsblok. Maar men nam geen deel aan de toenmalige regering Balkenende. En dat had best gekund.

Met name in het begin van Coronacrisis waren Klavertje en Marijntje in de kamer goed te horen met bakken kritiek. Het laatste mag natuurlijk als je in de oppositie zit, maar de manier waarop had wel wat anders gekund. Het was inhakken op een kabinet dat, zoals Rutte zei, 100% besluiten moest nemen met de wetenschap van nog geen 50%. Die grote smoelen heb ik me aan geërgerd. Natuurlijk laten Wilders en Asscher zich ook niet onbetuigd, maar dat zijn de voormannen van partijen die wél weten wat het is om in een regering te zitten. Dus daar kan ik ook wat meer van hebben. In een democratie mag je vrijwel alles zeggen en dat moet ook. Maar de toon waarop mag wat mij betreft wel een beetje minder. Om te spreken met de beroemde woorden van Jan Marijnissen in een bekend geworden kamerdebat dat hij had met parlementsvoorzitter Frans Weisglass: : Effe Dimmen!