19. jan, 2020

Pissige zeikerds

Ik moet als diabeet vaak plassen en dat is niet leuk. Zeker niet als je – net als ik - enorme internationale afstanden aflegt in de trein en de Wc’s defect zijn. Volgens mij zijn ze bij de NS in serie geschakeld, want als er één in de trein kapot is, dan zijn ze dat vaak allemaal. Naarmate de ijzeren wielen verder ratelen, krijg ik dan het knagende verlangen in het klaterende gemak. Ik herinner me een keer dat er tussen Amsterdam en Amersfoort een boom op het spoor was gevallen. Moest ik omrijden in een Sprinter naar Zwolle… zonder toilet. Want die hebben ze vergeten er in te zetten bij de oplevering. In Almere heb ik mij struikelend naar buiten gestort en heb daarbij alle records op de 200 meter van Husien Bold gebroken. Maar goed… op stations zijn in ieder geval WC’s.

 Als je vaak moet en ook lange autoritten maakt, is een benzinestation niet altijd de oplossing. Tegenwoordig moet je daarvoor – net als op het station - betalen. Heb je geen geld bij je, dan ben je letterlijk de natte lul. Ik geef het toe: internationaal  ken ik zo de plaatsen waar je kunt wildplassen zonder gearresteerd te worden. Je moet dan alleen letterlijk de wind niet tegen hebben – dat leg ik verder niet uit. Mannen hebben het relatief makkelijk. Die halen gewoon het spuitmechanisme uit de pantalon en sassen er op los; dames moeten welhaast een ijzeren blaas hebben, of kunnen het directoire alleen laten zakken als de kust veilig is voor kwalijke voyeurs.  Leuker voor de pissers is het in Duitsland, Belgisch Wallonië en Frankrijk. Wc’s genoeg. Die kosten niks en zijn meestal schoon. In Nederland is de overheid nogal zuinig met dat soort dingen. Daar kan ik goed pissig om worden.

 De bevolking wordt ouder en daarmee letterlijk ‘behoeftiger’. In mijn eigen stad Harderwijk is maar één openbaar toilet waar je met hoge nood naartoe kunt, in een metersdiepe parkeergarage. Ook in de avond. Je moet eerst even bellen, dan strompel je twee trappen af en dan hoop je maar dat iemand je niet voor is geweest. Maar goed.. het begin is er en de Gemeente wil er meer aan doen. De Nederlandse horeca is urinair gezien zeer ongastvrij. Het is vaak dokken geblazen als de nood hoog is. Of je moet op z’n minst iets gaan drinken en dat werkt op de blaas natuurlijk contraproductief. Dom eigenlijk, want de service van een schone pot is tenslotte een aangename kennismaking met het betreffende bedrijf. Is het personeel nog vriendelijk ook, dan heb je een goede reden om de zaak ook nog eens culinair te gaan verkennen.

 De strijd om de vrije plas is in Nederland nog maar net begonnen. De markt is groot, want 55% van de sluitspier knijpende Hollanders is ouder dan 50 jaar. Een regering met een beetje empathie voor de vochthoudende burger en gevoel voor overheidsmarketing zou dat moeten beseffen. Want in overdrachtelijke zin, zijn er in deze doelgroep weinig echte zeurende zeikers.