11. sep, 2018

Achmea... geen oog voor mijn ogen

Wie naar mijn ogen kijkt denkt dat ik slaperig ben. Iedereen ziet dat er met mijn oogleden wat mis is. Behalve de geneesheer van Achmea, die kennelijk cum laude is afgestudeerd als notoire kwakzalver aan de voormalige Universiteit van Harderwijk, ooit de slechtste universiteit ter wereld. Daar kom ik nog op terug. Vandaar ook dat hij of zij het beter meent te weten de prof. Dr. Ilse Mombaers, een internationaal vermaarde professor in de oogheelkunde aan de universiteit van Leuven. Die oordeelde dat er nodig iets aan mijn oogleden gedaan moest worden, omdat ze het verliezen van de zwaartekracht van moeder aarde. En dat is ook hard nodig. Wat sommige klanten denken dat ik niet oplet en vrouwen slaan op de vlucht omdat ze denken dat ik in opperste geilheid naar ze zit te loeren...

Inmiddels hebben er twee onderzoeken op die universiteit plaatsgevonden die onomstotelijk bewijzen dat die oogleden opgetrokken moeten worden. Al eerder heb ik mijn oogleden laten liften. Dat was elf jaar geleden bij een plastisch chirurge in Apeldoorn die er een rotzooi van maakte, zodat ik nu met dolfijnenogen rondloop. Het sprekende bewijs daarvan is dat vrouwelijke dolfijnen hier in het Dolfinarium bijna spontaan het bad uitspringen om mij diep in de ogen te kijken. Ik herinner mij die chirurg nog als de dag van gisteren. Ze had een decolleté als de Grand Canyon. Helaas hield haar vaardigheid in het opereren geen gelijke tred met de spontaniteit van haar vrolijk deinende boezem. De operatie mislukte. In het Plaatselijke ziekenhuis het Sint Jansdal hier in Harderwijk – liefkozend het Sint Jammerdal genoemd – hebben ze enige herstelwerkzaamheden verricht, maar die hebben niet geholpen. Mijn oogleden bleven zoals ze waren… sterker nog: mijn linkeroog is zelfs misvormd.

Een jaar geleden echter ging het echter nog verder mis. Ik ging met mijn goede vriendin Ingeborg naar Medemblik op reportage en op de terugweg merkte zij dat ik minder goed kon zien dan enkele jaren daarvoor. Ik had en heb moeite om in het donker te rijden. Vervolgens had ik een paar keer parkeerschade aan de zijkant van mijn bolide, waarop mijn vrouw Godelieve constateerde dat ik letterlijk aan een tunnelvisie leed. Mijn blikveld wordt verkleind door zakkende oogleden. Ik weer naar het Sint Jansdal, naar de oogarts. Haar conclusie: die ogen moeten worden gelift, maar wij beginnen er niet aan. Veel te link… Ga maar naar Leuven naar Professor Mombaerts. Dat heb ik ook gedaan. Die wilde de boel wel repareren. Ze vond het zelfs nodig om dit op korte termijn te doen. Wederom wees Achmea de vergoeding voor de operatie af op puur technische gronden. Mijn oogleden moesten, suggereerde men, eerst nog maar eens een paar millimeter zaken en dan wilden ze wel dokken.

Twee weken geleden ramde ik de auto van mijn buurman, de goedlachse Slager Beert. Twee portieren van mijn auto hadden een flinke deuk. Zijn bestelwagen zag eruit alsof die geraakt was door een granaat van de Taliban. Inmiddels is zijn auto gemaakt en de mijne kan Beun de Haas nog aardig rechttrekken. Reden: verkeerde inschatting van de afstand.

Tot slot nog even iets over de Kwakzalver van Achmea die ook gestudeerd moet hebben aan de Universiteit van Harderwijk. Daar kon je afstuderen zonder iets geleerd te hebben als je maar geld had. Vandaar ook de uitdrukking, zo stom als een Harderwijker. Eigenlijk gaat het niet helemaal om Achmea, want formeel ben ik verzekerd bij een entiteit van deze assurantieclub: Prolife. Dat is een grgrgrchristellijke organisatie. Daarom ter toelichting waarom ik deze column schrijf, ontleend aan Exodus 21:24: ‘Oog om Oog, Tand om Tand’. Kortom: de inkt, vermengd met de gemeenste pisazijn perst zich uit mijn scribentiele poriën.

Ook klachten over Achmea? Even aan me schrijven. Dan gaan we de ten strijde tegen de kwalzalvers die daar hun medische tirannie mogen botvieren. Een leuke facebookpagina is zo gemaakt en ik heb er écht zin in.