12. jun, 2012

Oranjegekte en de Belgen. Die juichen niet voor ons

‘Zal ik mijn oranje kleedje dan maar weer in de kast gaan hangen?’vroeg mijn Vlaamse echtgenote mij op gespeeld klagende toon, die niettemin enige triomf verried. Ze wilde mij een plezier doen om met een koningsgezind jurkje samen met mij naar de wedstrijd Nederland – Denemarken te gaan kijken. Helaas, de wedstrijd was al afgelopen toen we thuis kwamen en in de slotseconden de afgang van Nederland zagen. We dropen af naar het plaatselijke café Rocco om onze teleurstelling te verdrinken en mogelijk enige steun te krijgen voor onze deplorabele geestesgesteldheid. Het bleek verspilde moeite. Belgen vinden ons helemaal niet zielig, en vinden het volkomen terecht dat we de Poolse en Oekraïense velden worden afgeblazen. Terug achter de Hollandse spruitige dijken waar we thuis horen.

 

‘Nederlanders denken altijd dat je de match wint door er heel veel over te klappen (kletsen.db) zei een van mijn betere Belgische vrienden, gezeten achter een groot glas Leffe. ‘Wellicht krijgen d’n Ollanders daar goesting van om te gaan voetballen, maar de tegenstander ook. Gij dikkenekken willen ze dan terug zetten op hunne plaats’, vervolgde hij. Vernietigend mengden de anders stamgasten in het gesprek. ‘Toen Nederland bij het Wereldkampioenschap tegen de Spanjaarden moesten voetballen, waren wij voor Spanje. Waarom? Hollanders hebben een te grote mond en daar houden wij niet van´.

 

De Oranjegekte in Nederland is voor Belgen volkomen onbegrijpelijk. Om mij het gevoel te geven dat ze dat wel begreep, schonk mijn Dame mij al een maand geleden een oranje shirt toen we bij de Blokker gingen winkelen. ´Awel´, zei ze verschrikt kijkend naar de oranje shirts, hoeden, petten, toeters en pruiken. ´Zoveel oranje. Wat moet ge daar mee als d´n Ollanders er in de eerste ronde al uit vliegen´. Hovaardig zei ik nog, ´dat zal niet gebeuren, want wij hebben het sterkste team van de wereld. Met de topschutter van Duitsland en een doelpuntenkoning uit Engeland´. ´Afijn Bon, we zullen zie´, sprak ze, mij in twijfel achterlatend,.

 

Het oranje shirt blijft bij mij in de kast liggen. Haar ´kleedje´ ook. Ik durf woensdag niet te kijken, want de Mannschaft gaat ons platwalsen. Op zich vind ik dat niet zo erg. Hoogmoed komt voor de val. Maar ik durf voorlopig in Leuven niet meer op cafe te gaan. Waar mijn vrienden op zo´n moment even de vriendschap vergeten. Met het irritante gelijk aan hun kant zullen ze mij deerniswekkend aankijken. Iets zeggen doen ze niet. Maar ik weet wat ze denken als ze me met een meewarige blik een pintje aanbieden. Namelijk, dat ik als Oranjeklant eigenlijk niet bij hen hoor. Ook al komt mijn vrouw duizend maal uit België.

 

Ik zal blij zijn als het EK is afgelopen. Dan word ik weer de gewone, geaccepteerde allochtone Nederbelg die ik was.