7. okt, 2015

Poep-taboe

Al weer een maand geleden kreeg ik een brief van De Regering of ik mijn poep wilde afstaan. Dit in het kader van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker, dat uitgevoerd wordt door een hele knappe medisch instantie. Daar moest ik nog even goed over nadenken, want je moest met een staafje viermaal in een versgebakken drol peuren, het resultaat daarvan in een buisje stoppen en opsturen. Samen met een omstandig antwoordformulier. Het heeft een poos geduurd voor ik daar aan ben begonnen. Vanmorgen heb ik mijn vreselijke daad uitgevoerd, nadat ik onlangs een strenge aanmaning in de bus kreeg, waar Godbetert het spul toch bleef. Deemoedig heb ik mijn plicht gedaan.

 

Hoewel poep iets volkomen menselijks is, blijkt het toch een onderwerp waar je moeilijk over kunt praten. Het is een taboe. Niet voor anderen, maar ook voor jezelf. Een fraaie boodschap trek je zo snel mogelijk door. Freud beweerde dat je voor het zover is het resultaat bewonderend moet aanschouwen. Poepen ziet hij als een sexuele belevinis en de uitkomst als een glanzende openbaring. Dat gevoel had ik helemaal niet.

 

Er zat een flinke beschrijving bij hoe één en ander in zijn werk moest gaan en daarmee begonnen de problemen. De productie moest worden neergelegd op een bedje van WC-papier, maar daar hoeven we in mijn appartement niet aan te beginnen. Ik heb ooit een bezoeker had die zijn uitkomst aldus in de pot deponeerde, inderdaad op een fraaie constructie van papier. De zaak wilde niet door de rioolpijp en dat kostte me 230 pietermannen aan de blije loodgieter die door de zomer toch nix te doen had. Gelukkig wist Godelieve raad. Die heeft aluminium bordjes gekocht, waarop ik vanmorgen mijn Verplichtingen Jegens De Staat heb neergevleid. Het liep goed af. De rest bespaar ik u.

 

Vermeldenswaard is nog, dat ik gaarne het resultaat ongezien in een brievenbus wilde stoppen. De dichtstbijzijnde brievenbus vanaf mijn appartement is een eindje verderop in de stad. Ik vond het geen goed idee om met mijn opzichtige enveloppe met poep-buisje door de stad te lopen. Het gaat niemand wat aan waar ik de uitscheiding van een etend leven deponeer. En om het nou via de zaak te doen leek mij ook geen goed idee. Tenslotte heb ik de brievenbus van het hoofdpostkantoor gevonden. Ik heb schielijk de auto geparkeerd en in een onbewaakt ogenblik heb ik de enveloppe gepost. En vol gas weggereden. Opgelucht dat het drama was volbracht.

 

Over twee jaar moet ik weer. Ik moet er nu al niet aan denken…