6. mei, 2012

Volkert van der G...


De man die Pim Fortuyn doodschoot woonde nog geen 10 meter achter mij, namelijk in de Esdoornstraat in Harderwijk. Het was een rustige man die vaak met een lief en grappig kindje voorop door de wijk fietste. Het enige bijzondere wat ik me van de man herinner is, dat hij op een dag een paard in zijn voortuintje had staan die uitgebreid van het weinige gras snoepte. Zijn vriendin was een enigszins mollig tiepje, dat ook gewoon de boodschapjes deed in de buurtwinkel. Twee gewone mensen die onopvallend door het leven gingen. Niemand kende ze eigenlijk goed. Dat veranderde wel toen de moord op Fortuyn plaatsvond, vooral ook daarna. Enkele weken na de arrestatie van Van der G., ontdekte de politie genoeg kunstmest voor een bom om de hele wijk op te blazen.

Gewone mensen

De meeste misdadigers lijken hele gewone mensen van wie je geen misdaad verwacht. Dat merkte ik afgelopen weekend maar weer eens toen ik een biertje ging drinken in het bekende café van André Lacroix aan de Overtoom in Amsterdam. Een gezellig bruin etablissement, annex slijterij waar maximaal een man of twaalf in kunnen en waar ik gezellig heb zitten bomen met de acteur en schrijver Maarten Spanjer. Wat later op de avond kwam er een onbekende gast binnen die een biertje bestelde en zich in het gesprek mengde. Na verloop van tijd werden zijn verhalen ál sterk en te uitbundig, reden waarom de uitbater uit pure zorg meende dat een volgend biertje van de man maar ergens anders genuttigd moest worden. De schriele man werd kwaad, liep naar buiten en sloeg met zijn blote vuist een bijna centimeter dikke ruit in. De klap was zo hard dat de splinters de volgende dag nog vijf meter verderop werden gevonden. Waarna hij bloedend wegholde, het nachtelijke duister in. De bezoekers van het café in verbazing achterlatend.

 

Lopende tijdbommen

Zo moet het ook met Van der G. zijn gegaan. In een opwelling besloot hij naar het mediapark te gaan om zijn schoten te lossen. Zonder te denken aan de gevolgen. In zijn boek ‘De Zesde Mei’ van Thomas Ross suggereert deze dat de BVD al die tijd heeft geweten dat mijn buurman iets stouts zou gaan doen. Dat geloof ik niet. Wel meen ik dat hij met die kunstmest wat van plan geweest had kunnen zijn. Wellicht een Andreas Breivik-achtige actie, maar dan één waarbij geen doden zouden vallen. Volgens misdaadjournalist Peter R. de Vries wilden de meeste mensen die de cachotten bevolken helemaal geen slechte dingen doen. Ze handelen in een opwelling, of horen nog net niet in een inrichting thuis. Ze gaan vaak als schimmen en schaduwen door het leven, zijn vriendelijk en vallen niet op. Totdat er iets gebeurt waardoor ze de scheidslijn tussen goed of fout passeren. Dan gaat er in het brein iets mis. Mijn voormalige buurman was zo’n type. En die man in het café ook. Tijdbommen die op een dag afgaan en velen meeslepen in hun val. De lonely wolves die niemand kent. Totdat ze ontploffen. Maar dan is het te laat.