4. mei, 2015

Dodenherdenking. Tuig Uit De Onderwereld

Enkele weken geleden zag ik een reportage op tv over Duitse kinderen die min of meer verplicht Bergtesgaden, het buitenverblijf van Hitler bezochten. De reporter vroeg hen wat voor ’n indruk dat op hen maakte. Die impressie was niet groots en meeslepend. Integendeel. Volgens de kinderen moest het maar eens afgelopen zijn met al die herinneringen, waar zij part noch deel aan hadden. Voor hen hoefde het niet meer. Vanuit hun optiek enigszins begrijpelijk. Maar voor mij niet.

 

Zandvoort

Ik ben van zeven jaar na de oorlog en heb in mijn geboortedorp Zandvoort de verschrikkelijke gevolgen gezien. Namelijk, een kust met bunkers en een kale vlakte achter de eerste duinen. Die kale vlakte was te danken aan de Duitsers die in 1942 bij de bouw van de Atlantikwall de hele kust hebben platgegooid. Waar zaten prachtige gebouwen bij: de fraaie watertoren, het indrukwekkende casino, mondaine hotels en impressionante andere gebouwen.  Totaal werden er 648 gebouwen gesloopt en het heeft tientallen jaren geduurd voor de grond weer werd herbouwd. Eerst een paar fantasieloze flats, daarna werd de boulevard opnieuw geplaveid. Wat er nu staat verdient zeker de schoonheidsprijs niet, maar dat is weer een andere zaak.

 

‘Zoll’

Mijn vader was in Zandvoort douanier met als standplaats het station. Hij moest er voor zorgen dat Duitse badgasten geen verboden waren meenamen, Nederland in. Hij schiep er groot genoegen in de aankomende Oosterburen te ‘visiteren’, zoals hij dat noemde. Hij wachtte de Duitsers op aan het perron, met een indrukwekkende pet en een bordje met ‘Zoll’ er op en beval ze mee te komen naar het douanekantoor. Daar gingen de koffers open. Drank en sigaretten nam hij ‘rücksichtslos’ in beslag. Tussen hem en Duitsers is het nooit meer wat geworden. Pas na zijn dood ontdekten we een geschrift waaruit bleek dat hij mede door verdiensten in de oorlog de kans kreeg om bij Het Ministerie Van Financiën te gaan werken. Welke verdiensten dat waren zijn we nooit achter gekomen. Toen hij 52 jaar was werd hij afgekeurd. Ik denk nog steeds dat die oorlog daar ook mee te maken had.

 

Hel

Telkens, na de dodenherdenking gaan mijn gedachten terug naar Zandvoort en hoe de Duitsers – en de vele NSB’ers die deze badplaats rijk was – hebben huisgehouden. Naar die kale vlakte van vlak na de oorlog. De enorme vernietiging. Dan moet ik denken aan de beroemde kwalificatie van Marsman die in zijn gedicht schreef over het nazisme als Tuig Uit De Onderwereld. Onvoorstelbaar. Overigens heb ik geen hekel aan Duitsers. Integendeel, ik mag ze wel. Ook zij hebben de onderwereld overleefd. We zijn lotgenoten die aan de hel zijn ontsnapt.