Met De Blik Van Dick

20. jan, 2020

‘Ik ga Cc’s niet meer lezen, tenzij er bij staat waarom ik ze moet zien’. Als dus sprak een geplaagde CEO van een bedrijf onlangs tot mij, na een interview. Per dag krijgt hij meer dan vijfhonderd mails op zijn puter, waarvan 95% Cc’s direct de digitale vuilnisbak in gaan. ‘De meeste berichten die ik krijg’, aldus deze topman, ‘zijn mails van medewerkers en stafleden die zich willen indekken tegen besluiten die ze nemen. Gaat er wat mis, dan zeggen ze ‘ja maar ik heb je Ge-cc’d dus je wist er van’. Via een mail naar álle medewerkers kondigde hij zijn stoere en kloeke besluit aan. Na een campagne van een week, waarin hij de kopiisten persoonlijk aansprak of belde was de CC-plaag bijna afgelopen. ‘Heerlijk, dankzij dit besluit kan ik vroeger naar huis’, aldus de gelukkige topper.

 Van oorsprong staat het begrip CC voor ‘Carbon Copy’. De meeste jongere lezers weten dat niet meer omdat ze het zalige tijdperk van het stalen tikijzer niet meer hebben meegemaakt. Moest er een kopie worden gemaakt, dan deed je een stuk carbonpapier tussen het oorspronkelijke en het te kopiëren vel, waardoor er een kopie ontstond. Jammer dat dit tijdperk voorbij is, want een extra handeling behoedt menige ontvanger van een mail voor de totale ergernis. Nog erger is het als mail worden ingezet als strategisch doel. Dat overkwam een Belgische vakbroeder van me laatst. Iemand in de organisatie was het niet eens met de strekking van een werkstuk dat hij  had gemaakt. Die hing zijn tamelijk redeloze en spontane klacht via Cc’s gelijk aan de grote klok bij zijn collega’s, zijn baas en de ganse directie van de organisatie.Gelukkig stond zijn directe opdrachtgever achter hem, anders had dat nog heel vervelend kunnen zijn. Uit pure hufterigheid heeft hij dat jankende geschrift niet beantwoord. Hij staat namelijk op het standpunt dat iemand die andere opvattingen heeft dan hij, net zo goed even kan bellen voor hij digitale stront gaat smijten om zijn eigen blazoen schoon te spoelen. Ik vind daar veel voor te zeggen. ‘Bellen gaat sneller’, is mijn motto. 

Wie de CC-plaag wil vermijden, doet er goed aan om dat binnen de organisatie kenbaar te maken. Het scheelt een hoop leestijd en geprietpraat over de inhoud. Hetzelfde geldt trouwen voor vergaderingen waarvan wetenschappelijk is bewezen dat 60% ervan totaal nutteloos is. Een Nederlander vergadert een kwart van zijn tijd. De Belg doet dat ook, maar onderhandelt wat meer in de wandelgangen, zodat niemand er last van heef. Maar dat is stof voor ander column...

Soms kijk ik nog wel eens verliefd en weemoedig naar mijn voormalige typgeval, dat nog steeds mijn studio siert. Ik ben gek op digitale technologie, maar de romantiek van tikken op een ijzeren ding mis ik wel eens. Net als overbodige en soms hinderlijke Cc’s, die ik  kan missen als kiespijn…  

19. jan, 2020

Ik moet als diabeet vaak plassen en dat is niet leuk. Zeker niet als je – net als ik - enorme internationale afstanden aflegt in de trein en de Wc’s defect zijn. Volgens mij zijn ze bij de NS in serie geschakeld, want als er één in de trein kapot is, dan zijn ze dat vaak allemaal. Naarmate de ijzeren wielen verder ratelen, krijg ik dan het knagende verlangen in het klaterende gemak. Ik herinner me een keer dat er tussen Amsterdam en Amersfoort een boom op het spoor was gevallen. Moest ik omrijden in een Sprinter naar Zwolle… zonder toilet. Want die hebben ze vergeten er in te zetten bij de oplevering. In Almere heb ik mij struikelend naar buiten gestort en heb daarbij alle records op de 200 meter van Husien Bold gebroken. Maar goed… op stations zijn in ieder geval WC’s.

 Als je vaak moet en ook lange autoritten maakt, is een benzinestation niet altijd de oplossing. Tegenwoordig moet je daarvoor – net als op het station - betalen. Heb je geen geld bij je, dan ben je letterlijk de natte lul. Ik geef het toe: internationaal  ken ik zo de plaatsen waar je kunt wildplassen zonder gearresteerd te worden. Je moet dan alleen letterlijk de wind niet tegen hebben – dat leg ik verder niet uit. Mannen hebben het relatief makkelijk. Die halen gewoon het spuitmechanisme uit de pantalon en sassen er op los; dames moeten welhaast een ijzeren blaas hebben, of kunnen het directoire alleen laten zakken als de kust veilig is voor kwalijke voyeurs.  Leuker voor de pissers is het in Duitsland, Belgisch Wallonië en Frankrijk. Wc’s genoeg. Die kosten niks en zijn meestal schoon. In Nederland is de overheid nogal zuinig met dat soort dingen. Daar kan ik goed pissig om worden.

 De bevolking wordt ouder en daarmee letterlijk ‘behoeftiger’. In mijn eigen stad Harderwijk is maar één openbaar toilet waar je met hoge nood naartoe kunt, in een metersdiepe parkeergarage. Ook in de avond. Je moet eerst even bellen, dan strompel je twee trappen af en dan hoop je maar dat iemand je niet voor is geweest. Maar goed.. het begin is er en de Gemeente wil er meer aan doen. De Nederlandse horeca is urinair gezien zeer ongastvrij. Het is vaak dokken geblazen als de nood hoog is. Of je moet op z’n minst iets gaan drinken en dat werkt op de blaas natuurlijk contraproductief. Dom eigenlijk, want de service van een schone pot is tenslotte een aangename kennismaking met het betreffende bedrijf. Is het personeel nog vriendelijk ook, dan heb je een goede reden om de zaak ook nog eens culinair te gaan verkennen.

 De strijd om de vrije plas is in Nederland nog maar net begonnen. De markt is groot, want 55% van de sluitspier knijpende Hollanders is ouder dan 50 jaar. Een regering met een beetje empathie voor de vochthoudende burger en gevoel voor overheidsmarketing zou dat moeten beseffen. Want in overdrachtelijke zin, zijn er in deze doelgroep weinig echte zeurende zeikers.

17. jan, 2020

Een baard hebben heeft invloed op je leven. Sinds ik die heb, daartoe aangezet door mijn lief, zijn de mensen aardiger tegen me. Vriendelijker en toegankelijker, terwijl ik zelf helemaal niet het idee heb dat ik anders ben geworden. Kwade dingen hoor je altijd achteraf. Mijn Vlaamse lief voegde mij vriendelijk doch beslist toe: ‘Vroeger had gij het aanzicht van een buitenwipper’. Het laatste ambt is de Belgische omschrijving van een woeste uitsmijter van een café. Een andere vriendin vlijde mij vervolgens met de term ‘gevangenbewaarder’. Dat hadden ze me wel wat eerder mogen vertellen.

 Het kwam zo: ik was op vakantie in Frankrijk waarbij ik niet de tijd nam om mijn gladde wangetjes te scheren. De stoppels groeiden aan tot een soort zwartgrijs gras, dat al jarenlang node had aan fris water. Mijn levensgezellin maande mij door te zetten en dat heb ik ook gedaan. Binnen een paar weken waren de stoppels aangegroeid tot een vierkleurenbaard (zwart, grijs, een beetje bruin en iets onbestemds).Sinds die tijd schijn ik een wat vriendelijker uiterlijk te hebben. ‘Het staat wat zachter’, zei een goede klant van me. ‘Het is net alsof je sympathieker bent’. Inderdaad… dat laatste had ik nog niet vaak gehoord, terwijl ik in de overtuiging verkeerde dat mijn aanschijn wel degelijk mogelijkheden opende in de richting van die gesteldheid.

 Men ging nog verder. ‘Je lijkt wel een beetje op Jezus’, zei iemand. Dat ging me te ver. Ik bestudeer deze Man wel via een leergang Theologie in Leuven, maar ik ben het niet. Dat blijkt ook uit de wufte zonden die ik heb overgehouden: op z’n tijd enkele biertjes en soms een overdadige Vlaamse friet. De geneugten van het leven zijn gebleven.

 Mensen worden vaak op hun uiterlijk beoordeeld. Ik ook. Variërend van arrogant (dat hoor ik de laatste tijd niet meer) tot zakelijke-boeventronie en alles wat daartussen ligt. Zelf ontkom ik er ook niet aan. Ik herinner me een sjofele man met vette haren die zich op mijn kantoor meldde om zaken te doen. Dat leek me niks en dat liet ik ook een beetje merken. Later bleek dat het een multimiljonair en kledingimporteur was met een enorm reclamebudget. Dat ging mooi mijn neus voorbij.

 Die baard hou ik…  Dat begrijp je wel…

16. jan, 2020

De Wet van Murphy klopt. Vandaag viel mijn mobiele telefoon tegen het asfalt. Van alles geprobeerd om via het gebarsten scherm het dode apparaat tot leven te wekken, maar dat lukte niet. En dat, terwijl ik vanochtend ontdekte dat mijn vaste telefoon – inderdaad, die heb ik nog – ook stilzwijgend de geest had gegeven. Daar sta je dan midden in een weiland in de blakende zon, zonder verbindingsmiddelen. Het eerste wat je denkt is: ‘Even bellen naar Vodafone’. Maar ja, dat kan niet. Het enige wat mij restte was met rokende banden naar de binnenstad van Harderwijk te racen. Als een junk die een shot nodig heeft. Niet alleen voor het zakelijke.. maar vooral in het kader van de liefde. Mijn lief woont in België. Omdat ik geen postduiven heb, rooksignalen verwaaien en tamtamgeluid het niet haalt,  is een telefoon de enige verbinding als ik in Nederland ben.

Bijna Jankend ben ik bij Vodafone naar binnengestrompeld, om de aanwezige verkoper te smeken naar een oplossing. Die was er haast niet. Nadat de man het onderhavige contract uit de digitale muil van zijn computer had opgevist, kwamen we tot de ontdekking dat ik recht had op een ruiltelefoon, maar die zou pas de week daarop aankomen. Ook bleek ik niet verzekerd te zijn, terwijl ik meende dat die assurantie wel was afgesloten. Er ontbrak een handtekeningetje… dat wist ik niet.

Ik heb het goedkoopste toestel gekocht. De vriendelijke meneer van Vodafone die de spelonken van de telefonie kent, heeft met kunst- en vliegwerk het ding aan de praat gekregen. Met protocollen die eigenlijk niet eens bestaan, maar hij deed ‘t ! Tijdens dit proces ben ik – mensen omstotend op mijn run -  naar de Expert gehold om een nieuwe huistelefoon te kopen.

Vandaag verkeerde ik in digitale eenzaamheid. Mijn verbinding met de Wereld kwijnde in enkele seconden weg. Ik dacht nog: hoe ging dat vroeger. Maar dat is geen vergelijking. We zijn allemaal verslaafd aan onze levensader naar de buitenwereld. De navelstreng met het leven. Als die wordt afgebroken, ben je nergens meer. Binnenkort is mijn oorspronkelijke telefoon gerepareerd ten koste van veel geld. ‘Een geruststellende gedachte’, zei de verkoper, ‘Dan heb je altijd bereik’. Ik ben zelden iemand zo dankbaar geweest. Zwak hé….

8. jan, 2020

Na het faillissement van Broad had ik even de tijd nodig had om weer op te staan, vandaar dat het even geduurd heeft alvorens ik weer nieuwe columns ging schrijven. Na 38 jaar zag ik geen perspectieven meer en ben ik verder gegaan met www.viacommunio.com en dat bevalt me heel goed. Overigens bestond dit bedrijf al in 2013 en werkte ik er ook al voor en mee.

Het fijne is, dat niemand aan het beëindigen van het bedrijf tekort is gekomen. Ik heb iedereen betaald en kan dus met opgeheven hoofd door het (zaken)leven gaan. En wat nog belangrijker is: ik doe nu (zonder personeel) de dingen die ik echt leuk vind. De Nederlandse staat verblijdt mij maandelijks met de AOW en met wat ik bijverdien heb ik behoorlijk kunnen investeren in zaken die bij het vorige bedrijf niet konden omdat er geen geld voor was. Ik heb een paar fijne opdrachtgevers die me de creatieve ruimte gunnen. 

Inmiddels heb ik een nieuwe state-of-the-art studio op het gebied van beeld en geluid. Een paar mooie 4k-videocamera's, goede bewerkingscomputers, een fijne geluidsstudio en alle middelen om ook goed te kunnen fotograferen en te redigeren. Langzamerhand is het duidelijk geworden wat ik doe. Ik maak bedrijfsnieuws, zowel in- als extern. Voor één opdrachtgever maak ik een aantal malen per jaar een digitaal personeelsblad, geheel interactief; de verhalen en reportages worden gelardeerd met aansprekende filmpjes. Door dit werk reis ik veel in Nederland en ook vaak daarbuiten. Voor de Gemeente Harderwijk doe ik de promotie van een aantal projecten. 

Ook met mijn studie Theologie gaat het de goede kant op. Ik ben nu op de helft. Nog een paar jaar en ik kan me inschrijven als Pastoraal Medewerker. Maar zover is het nog niet. Voorlopig richt ik me op Via Communio en het werk. Er is maar één ding wat ik eerder had moeten doen: ophouden met Broad. Daar heb ik te lang mee gewacht en dat heeft me uiteindelijk heel veel geld gekost, en dat had niet gehoeven. Het is moeilijk om iets op te geven waar je jaren aan hebt gewerkt. Wat ik voor die enorme som terug heb gekregen is de creatieve vrijheid om voor leuke en fijne klanten te werken. Daar was ik na 10 jaar langzaam kopje onder gaan heel hard aan toe. 

Een en ander betekent overigens niet dat ik geen klanten meer aanneem. Iedereen die van fijn werken houdt met een bureau dat mooi werk maakt van in- extern bedrijfsnieuws is van harte welkom. Je kunt mijn bellen of mailen: 0653 881 999 of viacommunio@outlook.com