Met De Blik Van Dick

30. jun, 2018

Steeds vaker krijg ik te maken met nabestaanden van doden met het verzoek om foto's van hen op te sturen.  De vrouw naar aanleiding van wie ik dit stuk schrijf, leeft niet meer. Zij overleed plots aan een maagbloeding in 2018. Een paar dagen geleden kreeg ik het bericht dat de betreffende internationaal bekende vrouwelijke professor die ik in 2015 interviewde in maart 2018 is heengegaan. We nodigden haar toentertijd ook uit om een college te geven voor  de betreffende klant. Het heeft er indertijd om gespannen of ze ook zou komen. Ze kwam terug van een studiereis in Japan en had daar flinke maagklachten opgelopen. Hoe lamlendig ze zich ook voelde, ze gaf het college met verve. Misschien dat er toen al iets aan haar maag mankeerde. 

Fontein

Haar foto heb ik genomen vlakbij de faculteit. Het was een mooie dag. De zon scheen. Studenten luierden op de schaarse banken op de buitenplaats van de faculteit naast een vermoeide Fontein die amechtig een waterstraaltje produceerde dat neerkwam op een met algen bedekt vijvertje. Ze was ontspannen en dat is aan de foto te zien. Die foto heb ik bewaard in Google Foto, waarin ik nogal wat platen heb zitten. Want je weet maar nooit hoe je daar nog eens nut van hebt. Verder nooit meer aan gedacht, tot ik een berichtje kreeg van haar moeder in Antwerpen die de foto graag wilde hebben. Ik heb de foto wij Wedding in Harderwijk op groot formaat (gratis!) laten afdrukken en naar haar toe gebracht.

 

Ongeluk

Ik moet nog wel eens foto’s uit mijn archief halen van mensen die er niet meer zijn. Zoals een zakenman uit Lelystad die nooit op de foto wilde. Maar ik had er toch een paar van hem geschoten. Zijn vrouw was er dolblij mee. Twee jongelui die ik op een sportschool had gefotografeerd en die de dag daarop bij een afgrijselijk ongeluk om het leven kwamen en allebei levend verbrandden. En zo kan ik nog wel een paar situaties opnoemen waarin Magere Hein een fiks aandeel heeft. Naarmate ik ouder word begint mijn fotoarchief op een visueel mortuarium te lijken, maar dat vind ik niet erg meer. Van veel mensen zijn er- ook in dit tijdperk – niet veel echt geposeerde foto’s. Die heb ik wel omdat ze meestal voor publicaties zijn bedoeld. Dan moeten ze poseren en het liefst levendig in de lens krijgen. Het liefst lachten, waartoe ik een aantal ijzersterke grappen op het repertoire heb.

 

In het geval van die professor was dat niet nodig. Die zat op haar gemak op de trap van het faculteitsgebouw. Een bijzondere vrouw die veel te vroeg is heengegaan en die nog zo veel had willen doen.

 

Moraal van het verhaal: laat af en toe een paar goede foto’s van je maken. Mocht je vroegtijdig een bezoek krijgen van eerder genoemde Hein Met Weinig Vlees Op De Botten, dan hebben je nabestaanden een mooie fotografische erfenis. Gun ze dat…

 

 

 

 

15. apr, 2018

Heel vaak worden communicatiemensen beticht van het verspreiden van nepnieuws. Echter, als er één beroepsgroep op eieren loopt voor wat dit betreft, dan zijn het de reclame- en PR-mensen. Nepnieuws is er altijd al geweest. Denk aan de uitspraak van de grote schrijver Multatuli (1820 – 1887): ‘Niets is geheel waar en zelfs dat niet’. Een uitspraak die heel wat vrijdenkers en staatslieden in de gordijnen joeg. Die wilden immers niets anders dan de waarheid, maar dan wel hun eigen waarheid. Wat het verschil is tussen waarheid en werkelijkheid is sowieso een dilemma voor menige filosoof. Er zijn ook dikke boeken over volgeschreven, onder andere door Hans-Georg Gadamer in zijn kloeke boek ‘Wahrheit und Methode’. Een vuistdikke verhandeling voor theologen in hun strijd tegen de Verlichting.


De term fakenews is niet van Donald Trump al is dat wel een bevriend staatshoofd dat er mee schermt. Joseph Goebels was er in het Hitlertijdperk een meester in. Soms ging het zelfs om nepnieuws met een humoristisch trekje. Denk aan de uitspraak ‘Engeland zal doorvechten tot de laatste Amerikaan’. Een grapje dat overigens een vorm van waarheid bevatte. Met deze zin zijn we er ook: nepnieuws is een vorm van waarheid, een manier om feiten in een ander daglicht te zetten. Dan hebben we het niet over een onschuldige 1-aprilgrap maar over meningen die plotseling nieuws worden, zonder dat het door de feiten wordt gestaafd. Communicatiemensen kunnen zich dat niet permitteren, zeker niet in de huidige tijd waarin fakenews van officiële zijde snel wordt ontkracht.

Reclame, PR, web en film bevatten per definitie nieuws, zelfs als het over het nieuwste wasmiddel gaat. De bewijsvoering is belangrijk en de feiten moeten kloppen. Is dat niet zo, dan zijn er heel wat instanties die aan de bel kunnen trekken. De Autoriteit Financiële Markten, consumentengroeperingen, de Reclame Code Commissie, enzovoorts. Verspreiding van nepnieuws kan leiden tot enorme reputatieschade, wat ook geldt voor het debiteren van halve waarheden.

Moet het dan altijd om de feiten gaan? Ons antwoord is volmondig JA, maar… de keuze van de invalshoek van het nieuws is en blijft een kwestie van creativiteit en vakmanschap, waarin je de betere communicatoren herkent. Bij Broad werken redacteuren die gepokt en gemazeld zijn in het (nep)nieuws. Ze weten wat we kunnen schrijven en weglaten. Wellicht tijd om je nieuws ook eens met die mensen te delen. Zijij kunnen dat vertalen in strategieën, reclame, PR, web en film. En dat is geen nep!

12. nov, 2017

Evenals veel andere mannen heb ik de in sneltreinvaart de levensfilm even laten terugspoelen toen de discussie over Me Too op gang kwam. Dit in de gedachte dat ik misschien ook wel eens té vriendelijk tegen vrouwelijk personeel zou zijn geweest, hetgeen mij de kale kop had kunnen kosten. Het schoot me even niet te binnen, maar toen het Algemeen Dagblad negen don'ts publiceerde over intimiteiten op het werk ben ik het toch even gaan vragen. Bij mijn weten heb ik medewerksters nooit in de billen geknepen. Over het algemeen val ik meer op borsten, maar ook ten aanzien deze attributen heb ik nooit zondige daden gepleegd, noch vunzigheden betracht. Wel maak ik soms complimentjes en dat betreft meestal nieuwe kleding die female klanten of medewerksters bijzonder flatteren. Toen één van onze dames opvallende nieuwe panties aan had heb ik mij verstout door te zeggen dat ze dankzij dit textiel mooie benen had. Dat vermocht haar blijdschap te geven, hetgeen ze me ook meldde. ‘Dank voor het compliment’, zei ze, zonder daarna een advocaat in te schakelen. Dan is er nog één puntje waar ik aan moet denken. Volgens ditzelfde blad is ook kussen met verjaardagen en het Gelukkig Nieuwjaar voor mannen een daad van vlezige vuigheid die niet meer mag. Ik vraag me dan wel af wat ik moet doen als de dame in kwestie zelf deze collegiale intimiteit er in houdt.

 

De hele discussie over Me Too vind ik iets ranzigs hebben. Dat gaat dan niet over het onderwerp, maar over het tijdstip waarop de slachtoffers uit de knijpkast komen. Sommige doen dat tientallen jaren later, waarna er alsnog mannelijke reputaties op de schroothoop belanden. Natuurlijk is machtsmisbruik van mannen hoe dan ook af te keuren. Maar er is ook een andere kant van de medaille. Er is namelijk weinig aandacht voor het omgekeerde, waarbij vrouwen hun lijf en leden zelf inzetten om een bepaald gunstig effect of voordeel te bereiken. Dat is een moeilijk onderwerp, waar je het als man maar beter niet over kunt hebben, want dan ben je een verwerpelijke seksist. Wat dat betreft kan ik putten uit een brede ervaring in het zakenleven waarbij verleiding van de andere sekse het soms wint van zakelijke argumenten. Daar wil ik het even bij laten, zonder in details te treden.

 

De hele discussie hangt me de keel uit. In mijn omgeving heb ik louter te maken met toffe wijven, zowel vrouwelijke klanten als medewerksters. Moet er gezoend worden, dan doen we dat en daarbij weet iedereen wat de grenzen zijn. Het is een kwestie van gezond verstand. Waar het hier over gaat zijn de uitzonderingen en niet de regel. Het  beeld dat alle mannen machtsbeluste macho’s zijn die niets liever doen dan vrouwen te verkrachten klopt niet met de werkelijkheid van alledag. De meeste werkgevers zijn nette mannen. Me too!

1. apr, 2017

Belgen hebben een ambivalente houding ten opzichte van de Nederlanders. Hoe dat komt weet ik niet, maar het ligt vermoedelijk ergens in het verleden. Zelfs Vlamingen hebben nog wel iets voor de Bourgondische Fransen en dat is ten opzichte van de Calvinistische Hollanders wel heel even anders. Dat merk je al bij de lunch. Nederlanders doen dat met een broodje kaas en een glas melk en het moet niet te lang duren. Belgen doen dat in de voormiddag en dan mag een kloeke fles wijn niet ontbreken. Een ander verschil is dat Nederlanders de overheid vertrouwen en de Belgen helemaal niet. De reden dat onze Zuiderburen die beheptheid tonen is, dat vrijwel elk rijk in het verleden de Belgen overheerste. Trok je je mond open, dan werd je onder de meeste regimes een kopje kleiner gemaakt. Of er brak een oorlog uit die op de Belgische slagvelden werd uitgevochten. De Nederlanders kenden dat niet. Werden die bedreigd door de Engelsen of Spanjaarden. , dan sloegen ze er bovenop. De zuinigheidheid - zeg maar krenterigheid - van de Belgen heeft daar veel mee te maken. Altijd bang dat iemand anders er met de kluif van door gaat. En als je daar bang voor bent, dan gebeurt dat ook...

 

Waar ik nooit achter ben gekomen is, waarom Belgen ons zuinig vinden terwijl ze zelf elke Eurocent minimaal tienmaal omdraaien. Het tegendeel is waar. Kijk maar wat de Nederlanders bij elkaar brachten via giro 555. Bij de Azië-actie in 2005 sprokkelden de Belgen een zielige € 750,000,-- bij elkaar tegenover 208 miljoen Euro van de Nederlanders. Bij de laatste actie voor de hongersnood in Afrika haalde de Nederlanders een dikke 30 miljoen bij elkaar via giro 555 tegenover de Belgen die met pijn en moeite 2 miljoen ophaalden via het actienummer 1212. 

 

Nog steeds hebben de Belgen het over Hollanders die bij een café kraanwater bestellen omdat het nix kost of om zes rietjes vragen om uit één flesje cola te drinken. Er zijn nog meer verschillen tussen Nederlanders en Belgen, zeker in het zakenleven. Daaruit blijkt ook dat de zuinigheid van de Belgen ook iets te maken heeft met een buitengewoon grote voorzichtigheid. Dat merik ik ook bij het zakendoen in België (waarbij ik geleerd heb om mijn grote Hollandse slabek dicht te houden en beter te luisteren). 

  • Het vertrouwen van een Belg moet je verdienen en dat kan/mag even duren. Een Nederlander zal je sneller in vertrouwen nemen maar dan moet je dat vertrouwen ook weer sneller waarmaken.
  • Een conflict is voor een Belg een aanval, voor een Nederlander is dat eerder een gelegenheid om over te gaan tot discussiëren en meedenken.
  • Belgen nemen niet zo makkelijk (financiële) risico’s. Nederlanders zijn daar veel ondernemender in.
  • Nederlanders nemen besluiten tijdens een vergadering, Belgen in de wandelgangen.
  • Nederlanders zijn minder service gericht dan Belgen. Nederlanders gaan voor hun waarheid, Belgen gaan uit van de filosofie ‘ieder zijn waarheid’.
  • Nederlanders ‘maken’ een plan Belgen ‘trekken’ hun plan.
  • Nederlanders komen zelden terug op een genomen besluit, Belgen hebben doorgaans achterpoortjes (en dat voor beide partijen!).
  • Nederlandse managers hebben  ‘bevoegdheden’, Belgische managers hebben ‘taken’ (en moeten elke belangrijke beslissing nog even overleggen met ook weer hun superieuren)

Wellicht kan de zuinigheid van Belgen hieruit worden verklaard. Ze nemen geen risico’s en zijn bang dat hun geld in de zakken van mensen verdwijnt die daar geen recht op hebben. Nederlanders vrezen dat ook, ook maar weten dat het grootste deel van de poen goed terecht komt. Het is dus een kwestie van vertrouwen. En daar zijn Nederlanders nou eenmaal beter in. Die vertrouwen tot het tegendeel wordt bewezen en dan is het ook Basta. Daar kunnen de Belgen nog wat van leren.

Nederlanders en Belgen houden echter van elkaar. Liefde op het eerste en tweede gezicht. We delen dezelfde moppen en bewonderen elkaar. Was dat niet zo, dan had ik dit niet durven schrijven.

 

9. dec, 2016

Hadden de leden en de voorzitter van de Tweede Kamer Wilders kunnen tegen houden met zijn uitspraken? Het antwoord is ja en daarvoor hoeven we alleen maar 77 jaar terug te gaan, naar het jaar 1939. Toen heeft de kamervoorzitter de NSB’er Rost van Tonningen enkele malen het woord ontnomen, toen hij zich onwelvoeglijk uitliet. De huidige kamervoorzitters hebben dat nooit gedaan, terwijl zij daartoe wel het recht hadden. De vergelijking met de zaak van 1939 dringt zich op. Dat zat zo:

 

In dat jaar diende de zogenaamde Zaak van Oss waarbij het de vraag was of de marechaussee bij een onderzoek haar boekje te buiten was gegaan. Omstreeks 1938 bracht het onderzoek van deze brigade enkele zedenschandalen in de 'betere' milieus aan het licht: van een Joods ondernemer, die seksuele relaties met zijn vrouwelijk personeel had onderhouden; van enkele priesters die beticht werden respectievelijk van omgang met een vrouw en homoseksuele relaties met enkele knapen. Er viel op die aantijgingen wel iets aan te merken. De omgang met een vrouw was priesters niet door de wet verboden en de homoseksuele relaties dateerden van jaren her. De minister van Justitie deed de zaak dus af, maar Rost wilde de minister interpelleren maar dat stond de kamervoorzitter niet toe. de Kamer wees dat verzoek af, maar Rost van Tonningen dreinde gewoon door en nam daarbij woorden in de mond die de kamervoorzitter niet accepteerde. Die werden geschrapt en we zullen dus nooit weten wat hij zei. De actie van Rost was overigens een zorgvuldig geplande provocatie en dat zijn we inmiddels van Wilders wel gewend. De voorzitter liet de woorden van Rost van Tonningen schrappen en ontnam hem het woord.

 

Dat hadden de huidige voorzitters ook kunnen doen. Woorden als de kopvoddentax, het nepparlement en knettergek die in ’s lands vergaderzalen zijn gebezigd, getuigen niet van enkel respect voor de kamer. Maar de voorzitters grepen niet in en hebben dat nu aan de rechter over gelaten. De discussie over wat wel en niet toelaatbaar is om te zeggen, had ook in het parlement gehouden kunnen worden. Er is nog een overeenkomst tussen de NSB’er Rost van Tonningen en Wilders. Ze beledigden beide een ras. De geschiedenis leert, wat daarvan komt.