Met De Blik Van Dick

21. sep, 2018

Eigenlijk zou ik afscheid moeten nemen van de ING. Lafhartig als ik ben profiteer ik echter van haar digitale mogelijkheden en betalingsgemak en dat is zwak van me. Het is een bank zonder geweten. Dat ontdekte ik een jaar of 10 geleden toen een bankdirecteur uit een regio uit het Oosten des Lands kennis met me maakte. Samen met een partner hadden we een bureau dat zich bezig hield met interne positionering. De vraag van het bankmannetje was of we manier wisten om de gedragsregels van de bank wat ruimer te interpreteren en te omzeilen. Die regels verschenen automatisch bij bankmedewerkers op hun scherm als ze in de ochtend hun computer aanzetten. Dat hebben we geweigerd.

 

Nadat de Nederlandse staat van onze belastingcenten de ING had gered en ze de miljarden terug hadden betaald, bleek dat de ING niets had geleerd. Wellicht qua bedrijfsvoering wel een beetje, maar qua invoelend vermogen van het Nederlandse volk zeker niet. Opperbankier Hamers wilde zijn salaris verhogen met een truc. De ING-topman zou er vanaf dit jaar extra aandelen bij krijgen ter waarde van 50 procent van zijn vaste salaris van 1,75 miljoen euro. Omdat aan het grijpen van die aandelen geen prestatiedoelen zijn gekoppeld, valt de extra beloning niet onder het bonusplafond van 20 procent. Het feest ging onder de maatschappelijke druk niet door. Maar het fenomeen toonde wel aan dat de bank geen reet had geleerd. Natuurlijk was dat geen criminele daad, al werd dat door de Nederlandse bevolking wel zo gevoeld.

 

Voor het hekje!

Wél crimineel was het witwassen van zwart geld. Hoeveel dat is geweest weten we niet, maar de ING moet er voor miljarden hebben doorgejast, gelet op de boete die ze er voor kregen. Die komt neer op een betaling aan de Nederlandse staat van 775 miljoen. Dan hebben we het over een schikking. Liever had ik gehad dat de grijpgrage ING’ers voor het hekje hadden gestaan. Op opzettelijk witwassen door een gewone burger staat maximaal 4 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (78.000 euro). Op schuldwitwassen staat een maximumstraf van 1 jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Daarnaast kan het iemand worden verboden om bepaalde beroepen uit te oefenen, waaronder het beroep waarin hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Eigenlijk een topbestuurder als eindverantwoordelijke door de rechter aan de tand gevoeld moeten worden. Wie weet was hij dan de bak in gedraaid. Nu is directeur Timmermans ontslagen en als zondebok de financiële woestijn in gestuurd. Andere directeuren die ook verantwoordelijk waren blijven aan en mogen hun beroep nog steeds uitoefenen. Sinds enkele jaren leggen bankiers een eed af. We weten nu wat die waard is…

 

KNAPper?

Terug naar mijn klandizie van de ING. Die heeft handige digitale systemen, veel klantvriendelijker dan bij andere banken. Geld overmaken doe je in een ommezien en ze hebben handige apps. Veel handiger dan de Boerenbank – die een akkefietje had in Amerika – waarbij je met een moeilijke reader moet werken. Of de Belgische bank waar ik nog een rekeningetje heb (en die in 2009 nog werd veroordeeld wegens fraude in de negentiger jaren). Gemak dient de mens. Er niets is menselijker dan niet te leren van je fouten. De banken voorop. Eigenlijk zou ik afscheid van de ING moeten nemen. Misschien dat ik dat op een dag ook doe. Er zijn banken die slimmer, schoner en KNABper. De vraag is of ik van mijn eigen fout heb geleerd. En die is: klant blijven bij de ING.

 

 

11. sep, 2018

Wie naar mijn ogen kijkt denkt dat ik slaperig ben. Iedereen ziet dat er met mijn oogleden wat mis is. Behalve de geneesheer van Achmea, die kennelijk cum laude is afgestudeerd als notoire kwakzalver aan de voormalige Universiteit van Harderwijk, ooit de slechtste universiteit ter wereld. Daar kom ik nog op terug. Vandaar ook dat hij of zij het beter meent te weten de prof. Dr. Ilse Mombaers, een internationaal vermaarde professor in de oogheelkunde aan de universiteit van Leuven. Die oordeelde dat er nodig iets aan mijn oogleden gedaan moest worden, omdat ze het verliezen van de zwaartekracht van moeder aarde. En dat is ook hard nodig. Wat sommige klanten denken dat ik niet oplet en vrouwen slaan op de vlucht omdat ze denken dat ik in opperste geilheid naar ze zit te loeren...

Inmiddels hebben er twee onderzoeken op die universiteit plaatsgevonden die onomstotelijk bewijzen dat die oogleden opgetrokken moeten worden. Al eerder heb ik mijn oogleden laten liften. Dat was elf jaar geleden bij een plastisch chirurge in Apeldoorn die er een rotzooi van maakte, zodat ik nu met dolfijnenogen rondloop. Het sprekende bewijs daarvan is dat vrouwelijke dolfijnen hier in het Dolfinarium bijna spontaan het bad uitspringen om mij diep in de ogen te kijken. Ik herinner mij die chirurg nog als de dag van gisteren. Ze had een decolleté als de Grand Canyon. Helaas hield haar vaardigheid in het opereren geen gelijke tred met de spontaniteit van haar vrolijk deinende boezem. De operatie mislukte. In het Plaatselijke ziekenhuis het Sint Jansdal hier in Harderwijk – liefkozend het Sint Jammerdal genoemd – hebben ze enige herstelwerkzaamheden verricht, maar die hebben niet geholpen. Mijn oogleden bleven zoals ze waren… sterker nog: mijn linkeroog is zelfs misvormd.

Een jaar geleden echter ging het echter nog verder mis. Ik ging met mijn goede vriendin Ingeborg naar Medemblik op reportage en op de terugweg merkte zij dat ik minder goed kon zien dan enkele jaren daarvoor. Ik had en heb moeite om in het donker te rijden. Vervolgens had ik een paar keer parkeerschade aan de zijkant van mijn bolide, waarop mijn vrouw Godelieve constateerde dat ik letterlijk aan een tunnelvisie leed. Mijn blikveld wordt verkleind door zakkende oogleden. Ik weer naar het Sint Jansdal, naar de oogarts. Haar conclusie: die ogen moeten worden gelift, maar wij beginnen er niet aan. Veel te link… Ga maar naar Leuven naar Professor Mombaerts. Dat heb ik ook gedaan. Die wilde de boel wel repareren. Ze vond het zelfs nodig om dit op korte termijn te doen. Wederom wees Achmea de vergoeding voor de operatie af op puur technische gronden. Mijn oogleden moesten, suggereerde men, eerst nog maar eens een paar millimeter zaken en dan wilden ze wel dokken.

Twee weken geleden ramde ik de auto van mijn buurman, de goedlachse Slager Beert. Twee portieren van mijn auto hadden een flinke deuk. Zijn bestelwagen zag eruit alsof die geraakt was door een granaat van de Taliban. Inmiddels is zijn auto gemaakt en de mijne kan Beun de Haas nog aardig rechttrekken. Reden: verkeerde inschatting van de afstand.

Tot slot nog even iets over de Kwakzalver van Achmea die ook gestudeerd moet hebben aan de Universiteit van Harderwijk. Daar kon je afstuderen zonder iets geleerd te hebben als je maar geld had. Vandaar ook de uitdrukking, zo stom als een Harderwijker. Eigenlijk gaat het niet helemaal om Achmea, want formeel ben ik verzekerd bij een entiteit van deze assurantieclub: Prolife. Dat is een grgrgrchristellijke organisatie. Daarom ter toelichting waarom ik deze column schrijf, ontleend aan Exodus 21:24: ‘Oog om Oog, Tand om Tand’. Kortom: de inkt, vermengd met de gemeenste pisazijn perst zich uit mijn scribentiele poriën.

Ook klachten over Achmea? Even aan me schrijven. Dan gaan we de ten strijde tegen de kwalzalvers die daar hun medische tirannie mogen botvieren. Een leuke facebookpagina is zo gemaakt en ik heb er écht zin in.

 

 

 

 
15. apr, 2018

Heel vaak worden communicatiemensen beticht van het verspreiden van nepnieuws. Echter, als er één beroepsgroep op eieren loopt voor wat dit betreft, dan zijn het de reclame- en PR-mensen. Nepnieuws is er altijd al geweest. Denk aan de uitspraak van de grote schrijver Multatuli (1820 – 1887): ‘Niets is geheel waar en zelfs dat niet’. Een uitspraak die heel wat vrijdenkers en staatslieden in de gordijnen joeg. Die wilden immers niets anders dan de waarheid, maar dan wel hun eigen waarheid. Wat het verschil is tussen waarheid en werkelijkheid is sowieso een dilemma voor menige filosoof. Er zijn ook dikke boeken over volgeschreven, onder andere door Hans-Georg Gadamer in zijn kloeke boek ‘Wahrheit und Methode’. Een vuistdikke verhandeling voor theologen in hun strijd tegen de Verlichting.


De term fakenews is niet van Donald Trump al is dat wel een bevriend staatshoofd dat er mee schermt. Joseph Goebels was er in het Hitlertijdperk een meester in. Soms ging het zelfs om nepnieuws met een humoristisch trekje. Denk aan de uitspraak ‘Engeland zal doorvechten tot de laatste Amerikaan’. Een grapje dat overigens een vorm van waarheid bevatte. Met deze zin zijn we er ook: nepnieuws is een vorm van waarheid, een manier om feiten in een ander daglicht te zetten. Dan hebben we het niet over een onschuldige 1-aprilgrap maar over meningen die plotseling nieuws worden, zonder dat het door de feiten wordt gestaafd. Communicatiemensen kunnen zich dat niet permitteren, zeker niet in de huidige tijd waarin fakenews van officiële zijde snel wordt ontkracht.

Reclame, PR, web en film bevatten per definitie nieuws, zelfs als het over het nieuwste wasmiddel gaat. De bewijsvoering is belangrijk en de feiten moeten kloppen. Is dat niet zo, dan zijn er heel wat instanties die aan de bel kunnen trekken. De Autoriteit Financiële Markten, consumentengroeperingen, de Reclame Code Commissie, enzovoorts. Verspreiding van nepnieuws kan leiden tot enorme reputatieschade, wat ook geldt voor het debiteren van halve waarheden.

Moet het dan altijd om de feiten gaan? Ons antwoord is volmondig JA, maar… de keuze van de invalshoek van het nieuws is en blijft een kwestie van creativiteit en vakmanschap, waarin je de betere communicatoren herkent. Bij Broad werken redacteuren die gepokt en gemazeld zijn in het (nep)nieuws. Ze weten wat we kunnen schrijven en weglaten. Wellicht tijd om je nieuws ook eens met die mensen te delen. Zijij kunnen dat vertalen in strategieën, reclame, PR, web en film. En dat is geen nep!

12. nov, 2017

Evenals veel andere mannen heb ik de in sneltreinvaart de levensfilm even laten terugspoelen toen de discussie over Me Too op gang kwam. Dit in de gedachte dat ik misschien ook wel eens té vriendelijk tegen vrouwelijk personeel zou zijn geweest, hetgeen mij de kale kop had kunnen kosten. Het schoot me even niet te binnen, maar toen het Algemeen Dagblad negen don'ts publiceerde over intimiteiten op het werk ben ik het toch even gaan vragen. Bij mijn weten heb ik medewerksters nooit in de billen geknepen. Over het algemeen val ik meer op borsten, maar ook ten aanzien deze attributen heb ik nooit zondige daden gepleegd, noch vunzigheden betracht. Wel maak ik soms complimentjes en dat betreft meestal nieuwe kleding die female klanten of medewerksters bijzonder flatteren. Toen één van onze dames opvallende nieuwe panties aan had heb ik mij verstout door te zeggen dat ze dankzij dit textiel mooie benen had. Dat vermocht haar blijdschap te geven, hetgeen ze me ook meldde. ‘Dank voor het compliment’, zei ze, zonder daarna een advocaat in te schakelen. Dan is er nog één puntje waar ik aan moet denken. Volgens ditzelfde blad is ook kussen met verjaardagen en het Gelukkig Nieuwjaar voor mannen een daad van vlezige vuigheid die niet meer mag. Ik vraag me dan wel af wat ik moet doen als de dame in kwestie zelf deze collegiale intimiteit er in houdt.

 

De hele discussie over Me Too vind ik iets ranzigs hebben. Dat gaat dan niet over het onderwerp, maar over het tijdstip waarop de slachtoffers uit de knijpkast komen. Sommige doen dat tientallen jaren later, waarna er alsnog mannelijke reputaties op de schroothoop belanden. Natuurlijk is machtsmisbruik van mannen hoe dan ook af te keuren. Maar er is ook een andere kant van de medaille. Er is namelijk weinig aandacht voor het omgekeerde, waarbij vrouwen hun lijf en leden zelf inzetten om een bepaald gunstig effect of voordeel te bereiken. Dat is een moeilijk onderwerp, waar je het als man maar beter niet over kunt hebben, want dan ben je een verwerpelijke seksist. Wat dat betreft kan ik putten uit een brede ervaring in het zakenleven waarbij verleiding van de andere sekse het soms wint van zakelijke argumenten. Daar wil ik het even bij laten, zonder in details te treden.

 

De hele discussie hangt me de keel uit. In mijn omgeving heb ik louter te maken met toffe wijven, zowel vrouwelijke klanten als medewerksters. Moet er gezoend worden, dan doen we dat en daarbij weet iedereen wat de grenzen zijn. Het is een kwestie van gezond verstand. Waar het hier over gaat zijn de uitzonderingen en niet de regel. Het  beeld dat alle mannen machtsbeluste macho’s zijn die niets liever doen dan vrouwen te verkrachten klopt niet met de werkelijkheid van alledag. De meeste werkgevers zijn nette mannen. Me too!

1. apr, 2017

Belgen hebben een ambivalente houding ten opzichte van de Nederlanders. Hoe dat komt weet ik niet, maar het ligt vermoedelijk ergens in het verleden. Zelfs Vlamingen hebben nog wel iets voor de Bourgondische Fransen en dat is ten opzichte van de Calvinistische Hollanders wel heel even anders. Dat merk je al bij de lunch. Nederlanders doen dat met een broodje kaas en een glas melk en het moet niet te lang duren. Belgen doen dat in de voormiddag en dan mag een kloeke fles wijn niet ontbreken. Een ander verschil is dat Nederlanders de overheid vertrouwen en de Belgen helemaal niet. De reden dat onze Zuiderburen die beheptheid tonen is, dat vrijwel elk rijk in het verleden de Belgen overheerste. Trok je je mond open, dan werd je onder de meeste regimes een kopje kleiner gemaakt. Of er brak een oorlog uit die op de Belgische slagvelden werd uitgevochten. De Nederlanders kenden dat niet. Werden die bedreigd door de Engelsen of Spanjaarden. , dan sloegen ze er bovenop. De zuinigheidheid - zeg maar krenterigheid - van de Belgen heeft daar veel mee te maken. Altijd bang dat iemand anders er met de kluif van door gaat. En als je daar bang voor bent, dan gebeurt dat ook...

 

Waar ik nooit achter ben gekomen is, waarom Belgen ons zuinig vinden terwijl ze zelf elke Eurocent minimaal tienmaal omdraaien. Het tegendeel is waar. Kijk maar wat de Nederlanders bij elkaar brachten via giro 555. Bij de Azië-actie in 2005 sprokkelden de Belgen een zielige € 750,000,-- bij elkaar tegenover 208 miljoen Euro van de Nederlanders. Bij de laatste actie voor de hongersnood in Afrika haalde de Nederlanders een dikke 30 miljoen bij elkaar via giro 555 tegenover de Belgen die met pijn en moeite 2 miljoen ophaalden via het actienummer 1212. 

 

Nog steeds hebben de Belgen het over Hollanders die bij een café kraanwater bestellen omdat het nix kost of om zes rietjes vragen om uit één flesje cola te drinken. Er zijn nog meer verschillen tussen Nederlanders en Belgen, zeker in het zakenleven. Daaruit blijkt ook dat de zuinigheid van de Belgen ook iets te maken heeft met een buitengewoon grote voorzichtigheid. Dat merik ik ook bij het zakendoen in België (waarbij ik geleerd heb om mijn grote Hollandse slabek dicht te houden en beter te luisteren). 

  • Het vertrouwen van een Belg moet je verdienen en dat kan/mag even duren. Een Nederlander zal je sneller in vertrouwen nemen maar dan moet je dat vertrouwen ook weer sneller waarmaken.
  • Een conflict is voor een Belg een aanval, voor een Nederlander is dat eerder een gelegenheid om over te gaan tot discussiëren en meedenken.
  • Belgen nemen niet zo makkelijk (financiële) risico’s. Nederlanders zijn daar veel ondernemender in.
  • Nederlanders nemen besluiten tijdens een vergadering, Belgen in de wandelgangen.
  • Nederlanders zijn minder service gericht dan Belgen. Nederlanders gaan voor hun waarheid, Belgen gaan uit van de filosofie ‘ieder zijn waarheid’.
  • Nederlanders ‘maken’ een plan Belgen ‘trekken’ hun plan.
  • Nederlanders komen zelden terug op een genomen besluit, Belgen hebben doorgaans achterpoortjes (en dat voor beide partijen!).
  • Nederlandse managers hebben  ‘bevoegdheden’, Belgische managers hebben ‘taken’ (en moeten elke belangrijke beslissing nog even overleggen met ook weer hun superieuren)

Wellicht kan de zuinigheid van Belgen hieruit worden verklaard. Ze nemen geen risico’s en zijn bang dat hun geld in de zakken van mensen verdwijnt die daar geen recht op hebben. Nederlanders vrezen dat ook, ook maar weten dat het grootste deel van de poen goed terecht komt. Het is dus een kwestie van vertrouwen. En daar zijn Nederlanders nou eenmaal beter in. Die vertrouwen tot het tegendeel wordt bewezen en dan is het ook Basta. Daar kunnen de Belgen nog wat van leren.

Nederlanders en Belgen houden echter van elkaar. Liefde op het eerste en tweede gezicht. We delen dezelfde moppen en bewonderen elkaar. Was dat niet zo, dan had ik dit niet durven schrijven.